Helene Mainzer

In hoofdstuk 11 van het boek worden Joodse onderduikers in Foudgum beschreven. Helene Mainzer is een van hen. Op de foto’s hieronder zijn alle vier kinderen uit het gezin te zien. De foto’s zijn rond 1921 gemaakt.

Ruth, Helene en Jona
Het jongste zusje, Dina, als baby

Dochter van de bakker

Helene is de oudste dochter in het gezin van Aron Mainzer en Ida Rosenbaum, die een bakkerij hebben in Frankfurt. Na Helene worden nog Ruth, Jona en Dina geboren. Op deze foto zijn ze te zien in de bakkerij. Moeder Ida staat achter de toonbank.

In de bakkerij

De nazi’s

Niet lang na het nemen van deze foto verslechtert de situatie voor Joden in Duitsland aanzienlijk. De nazi’s zijn aan de macht gekomen en het leven voor Joden wordt erg moeilijk. In de nacht van 9 op 10 november 1938 vindt er een grootscheepse aanval plaats op Joden en hun bezittingen. Er worden Joden op straat vermoord. Synagogen worden in brand gestoken; Joodse huizen, ziekenhuizen, scholen, begraafplaatsen en bedrijven worden vernield. Ook de mooie bakkerij van de familie Mainzer krijgt ervan langs. De ramen van de winkel en het appartement erboven, waar ze wonen, worden ingegooid. Maar dat is nog niet alles. Vader Aron wordt gedwongen de bakkerij tegen een zeer lage prijs te verkopen aan iemand die niet Joods is. Op 9 december 1938 bakt hij voor de laatste keer brood in zijn bakkerij, die de volgende dag niet meer zijn eigendom is.

Kristallnacht

Vertrek

Het leven in Duitsland is onhoudbaar geworden, zeker nu de bron van inkomsten ook nog eens is weggevallen. Het is er levensgevaarlijk; Helene’s oom Moritz is al overleden ten gevolge van de acties van de nazi’s. De familie besluit het land te verlaten en zich in Palestina, het thuisland van de Joden te vestigen, alleen Helene gaat niet mee. Zij is met de Hachsjara, een zionistische jongerengroep, naar Nederland gegaan. De jonge mannen en vrouwen worden opgeleid voor een pioniersleven in Palestina. Het programma wordt ruw onderbroken door de inval van de Duitsers in Nederland. Van een vertrek naar Palestina is geen sprake meer. Helene zit klem in Nederland.

Haimer Esch – huis van samenkomst van de Hachsjara

 Onderduik

Helene heeft het geluk dat er in Enschede een zeer actieve verzetsgroep is, die zich bezighoudt met het laten onderduiken van Joden. Voor haar wordt een veilige plek in het noorden van het land geregeld. Samen met haar vriendin Mirjam Cohen reist ze daar naar toe. Ze komt terecht in Foudgum, waar ze tot de bevrijding bij Hendrik en Zwaantje Boersma verblijft. Haar belevenissen in Friesland staan beschreven in het boek.

Helene in Foudgum.

Na de oorlog

Na de bevrijding is Helene haar idealen niet vergeten. Ze reist naar Israël, hoewel dat op dat moment door de Engelsen nog niet is toegestaan. Ze belandt daarom in een Engels kamp, maar wordt uiteindelijk toch toegelaten tot het land, waarna ze haar familie na al die moeilijke jaren eindelijk weer in de armen kan sluiten. Zij trouwt met Gerhard Neuhaus die in Duitsland als enige van zijn familie de oorlog heeft overleefd. Samen krijgen ze een zoon: Joram. Helaas komt Helene al jong om het leven. Ze wordt geëlektrocuteerd door een onveilige wasmachine. Joram is hiervan als kind getuige en dat is voor hem zo’n traumatische ervaring, dat het hem tot op hoge leeftijd nog vreselijk emotioneert om over zijn moeder te praten, zozeer dat het voor zijn gemoedsrust beter is het onderwerp te laten rusten.

In Frankfurt am Main worden voor de gevluchte familieleden Stolpersteine gelegd. Het initiatief hiervoor komt van Yakir Kehila uit Tel Aviv, een neef van Helene. De koperen plaatjes zijn door heel Europa te vinden; ze zijn een herinnering aan slachtoffers van het nazi-bewind.

Stolperstein in Frankfurt