Familie Eppens

De titel van hoofdstuk 26 uit het boek luidt: Bevrijd? Families Eppens en Roesink.

Dokter Eppens en zijn gezin, die in Holwerd wonen, stellen in de oorlog hun huis open voor de opvang van de familie Roesink uit Arnhem. In het verhaal wordt aandacht besteed aan de problemen waar een huisarts in oorlogstijd mee te maken krijgt. Dokter Eppens kiest er, net als veel collega’s voor om de bezetter zo weinig mogelijk ter wille te zijn en zo lang mogelijk door te werken om de mensen te kunnen helpen, ook de onderduikers die er in Holwerd in groten getale zijn.

Dokter Eppens

Uit het boek:

Het begint al vroeg in de oorlog, eerst met anonieme berichten, maar later ook met ondertekende brieven aan Rijkscommissaris van Nederland Seyss-Inquart en Obermedizinalrat Reuter. Eppens heeft ze gelezen. In een van de eerste krantjes, die als titel had: ‘Laten onze artsen zich gelijkschakelen?’ stond: ‘Zullen onze artsen zich op deze wijze de wet laten stellen door een handjevol lieden van de landverraderspartij, die door Seyss Inquart gebruikt worden om de Duitsche plannen met ons land tot uitvoering te brengen? Zullen zij zich door de brutale Pruisen laten ringeloren en zich als kwajongens laten behandelen?’ Voor Eppens is het duidelijk, zijn antwoord daarop is een duidelijk ‘Nee’. En hij durft voor zijn mening uit te komen. Hij heeft een protestbrief gestuurd aan Seyss-Inquart en nu loopt hij met de pleisters en de schaar naar buiten. Op de stoep blijft hij staan. Hij kijkt even naar zijn naambordje. Wat was hij er trots op toen het voor het eerst aan zijn gevel prijkte in 1937: E.H. Eppens, arts. Na lange jaren van studie en ervaring opdoen had hij dan eindelijk zijn eigen praktijk in Holwerd. Nu, zes jaar later, op 24 maart 1943, knipt hij een groot stuk pleister af en plakt het over zijn titel. Er staat alleen nog E.H. Eppens op het bord te lezen. Verder verandert er echter niks. Zijn medische kennis heeft hij nog. Het spreekuur kan beginnen! Hij is alleen extra op zijn hoede.

Geallieerde militairen, Elsje Slijper, mevrouw Eppens, Hans Eppens

Hans Eppens, de zoon van de dokter, is in de oorlog oud genoeg om zich te realiseren wat er gebeurt. Hij weet nog heel goed dat zijn vader het bordje bij de deur afplakte. Hoewel het leven heel vaak zijn normale gang gaat, zijn er meer dingen die veel indruk op hem maken. Hij ziet hoe op een dag Duitse soldaten de oprit opkomen en de auto van zijn vader vorderen. Weg is de mooie xx, die zijn vader zo hard nodig heeft om zijn patiënten te bezoeken. Voortaan moet hij zich behelpen met een fiets. Af en toe mag Hans bij zijn vader achterop die fiets. Dan rijdt hij niet naar zijn patiënten, maar gaan ze samen naar de boerderij van Sinnema, die tussen Holwerd en Blija woont. Hans’ vader moet daar dan blijven slapen, maar Hans zelf gaat weer naar huis, bij Sinnema achterop de fiets. Voor zijn eigen veiligheid is het beter dat dokter Eppens niet thuis slaapt. In de herfst van 1944 komen er ineens allemaal mensen bij Hans in huis wonen. Het is het gezin Roesink uit Arnhem dat onderdak nodig heeft: vader Wieger, moeder Elsje en hun zonen Wieger en baby Dick. Wieger en Hans kunnen samen optrekken. Moeder Elsje is van Joodse afkomst. In de oorlog worden veel familieleden vermoord, maar Hans krijgt hier tijdens de oorlog niks van mee. Wat indruk op hem maakt is de arrestatie van de buurman, die na de oorlog door het verzet wordt opgehaald. Hij moet achterop een vrachtwagen klimmen en weg is hij, nagestaard door Hans. Toch moet de grootste klap nog komen. Vlak na de bevrijding gaat het gezin Roesink naar Leeuwarden om zaken te regelen. Op de straat komen Canadese tanks voorbij en net op dat moment rukt de vierjarige Wieger zich los van zijn moeders hand en stormt de weg op. De tank kan hem niet meer ontwijken. Hans’ speelkameraadje wordt verpletterd door de tank van de bevrijders. En zo eindigt de periode in Friesland voor het jonge gezin Roesink met een afgrijselijk verdriet. Al deze gebeurtenissen staan voor de rest van zijn leven in Hans’ geheugen gegrift.

Hans Eppens en Wieger Roesink met een geallieerde militair
Deze tekening is door Rehuel d’ Ancona aan Eppens geschonken uit dankbaarheid voor geboden hulp